Zonsondergang
Ik zit aan de zee. Met de zee aan mijn zij. De branding kabbelt, zachtjes, troetelend, lonkend in mijn zicht. Verderop knettert het vuurwerk en waait de rook over de golven. Een kleine speedboot meert aan en gooit zijn touwen uit terwijl auto’s, Italiaanse toeristen en nieuwsgierige jongeren langszoeven en in zee turen op zoek naar leven. Een teken van leven.
Achter mij verdwijnt de zon langzaam richting horizon. De gele kanjer hangt even achter een grote horizontale wolk die zijn stralen belet. Gelukkig, danki Dios, zijn z’n stralen en het warme licht nog goed zichtbaar beneden de wolk.
Een zwemmer hangt even stil om naar de adembenemende sunset te kijken en zwemt verder. De stralen beginnen nu langzaam door te breken en branden dwars door de wolk. Een groot geel hart verschijnt en straalt recht naar beneden. Kleine bootjes dobberen langzaam voorbij. Nog zeker een uur voor het echt donker wordt.
In het glas langs het huis aan zee, weerspiegelt de felle zon. Lange schaduwen beginnen nu over mijn papier te vallen. Kleine vliegjes verkennen nieuwsgierig mijn boekje en bladzijden. Ze vliegen verder maar hebben vast verkend. Net als de bij die vanmiddag aan tafel even hallo kwam zeggen en kwam groeten, alsof het al tijd was. Ze wilden het liefst al bij ons komen wonen en waren al begonnen met een nest in het afvoerputje van onze boot. Omdat de boot nog op het land staat, konden ze er makkelijk bij en zoemden verrukt af en aan.
De vliegjes zijn weer terug en snuffelen aan mijn turkoise ring. De grote steen die ik in Frankrijk met mijn lief, aan mijn vinger koos en die sindsdien niet meer afgegaan is, maar wacht op een bloedkoralen tegenhanger. Een ketting is erbij gekomen, met een rode druppel aan het einde, waar het evenwicht en zwaartepunt het diepste hangt. De lucht begint paars te kleuren.
Een pimpelpaarse motor met fluoriserende velgen pruttelt voorbij met zijn lang uitgestoken achterwiel. Geen helm, dus de wind langs zijn kortgeknipte haren. En daarna de rits auto’s. Elektrisch, benzine en zelfs op diesel komen ze voorbij. Sommige met lekkere muziek. Andere in cabrio met strak gestrikte stropdas. Kleine vrolijke autootjes en dan even niks.
De boulevard ligt er mooi bij. Goed te belopen door de vele wandelaars die van hun arts en werkgever aangespoord werden tot dit ritueel. Lopen, lopen, lopen. Op en neer. Van het begin tot het eind. En weer terug. Strakke sportbroekjes, slobberige shirts, vlotte pas.
En dan 5 jongeren op de fiets. In vrolijke kleuren. Achterwiel alvast verlengd. Als het maar vlot gaat en overal tussendoor. Elkaar aansporend voor nog een move, truck of sliding.
Zwarte auto, witte auto, getinte ramen, opzwepende muziek. Wandelende echtparen, hand in hand. Jonge meisjes, schuchter, ongemakkelijk in het warme licht. De zon is onder. Geen green flash. Het gebeurde achter mijn rug. Golven worden hoger en slaan op de kant. Maar de lucht is helder en verschiet van kleur. De wolken, nevel en horizon worden vager, diffuus, roze. Auto’s ontsteken lichten en fietsers trappen door. Een stapelwolk blijft een markant herkenningspunt waar de zon verdween.