Kom jij ook uit Bonaire? Maar je bent blank!?

Wandelend door Zierikzee vond ik in een antiekzaak, weggestopt onder een stapel dekens, oude geïllustreerde platen en kinderboekjes, waarin zwarte mensen werden afgebeeld. Waaronder ‘De avonturen van Flip en Flap’ een oud kinderboekje en uitgave van Douwe Egberts. Op elke pagina moest een Illustratie geplakt worden, die je kreeg bij een pak koffie. De manier waarop de zogenaamde bobosmannen, bobosvrouwen en boboskinderen werden afgebeeld, bracht me van mijn stuk. Ik besloot het te kopen en me in de oorsprong te verdiepen.

Een vriendin wees me op het boek van Ricardo Burgzorg. Hij verzamelde jarenlang prentenboeken waarin zwarte mensen worden afgebeeld. Hij schrijft in zijn boek dat door te verzamelen hem duidelijk werd dat jonge kinderen in Nederland via boeken werd ingeprent wie zwarte mensen zijn, en hoe ze zijn. En dat meer dan een eeuw lang, generatie op generatie.

Zo kregen kinderen al een beeld van zwarte mensen en bepaalde ideeën over hen, lang voordat ze er een in levenden lijve hadden ontmoet. Dat betekende dat wanneer die karikaturale beelden in kinderboeken aldoor bleven bestaan, het op een gegeven moment goed voorstelbaar werd dat je jezelf, bewust of onbewust, hoger plaatste dan zwarte mensen. De kinderboeken zorgden voor een subtiele vorm van racisme, met grote gevolgen. De prenten zijn bewijsvoering voor hoe het zover heeft kunnen komen. Al eeuwen geleden kon de slavernij, ook met behulp van de Bijbel, worden gerechtvaardigd door zwarte mensen niet als mensen tegemoet te treden. De rechtvaardiging van dat gedrag zie je in de oude kinderboeken terug.  

Het valt Ricardo Burgzorg de laatste tien jaar op, zo schrijft hij in zijn boek, dat er veel meer etnisch diverse kinderen in kinderboeken voorkomen, maar dat behalve de kleur ze er ineens allemaal hetzelfde uitzien. Je ziet haast dat er een zekere schroom, angst en voorzichtigheid bestaat, in het afbeelden van fysieke kenmerken die met etniciteit te maken hebben. Het inmiddels ingedaalde besef van karikaturen zoals Zwarte Piet heeft geleid tot de grote terughoudendheid van vandaag. Hij pleit ervoor dat er in illustraties meer variatie gaat komen. Dat doet de kunstvorm recht en de huidige maatschappij. Kinderen van allerlei mengvormen kunnen zich dan in de illustraties herkennen. 

De pagina’s van de avonturen van Flip en Flap heb ik in mijn werk voor het Watersnoodmuseum gebruikt. Let vooral op de kookpot scène, een zeer populaire scène in oude verhalen en prentenboeken. Ricardo Burgzorg schrijft erover: Spanning en grappen, met steevast een redding op het laatste nippertje. In Wit Over Zwart (1990, p 113-122) is erop gewezen dat er in de geschiedenis nergens zo’n mensenetende stam in Afrika heeft bestaan. Het beeld is aan de fantasie ontsproten, gevoed door klassieke mythen en sprookjes waarin vanouds reeds huiveringwekkende menseneters voorkomen. Het oude thema is in de prentenboeken met zwarte menseneters gekoppeld aan de beschavingsmissie van de negentiende-eeuwse kolonialisten: door erop te wijzen dat zwarte volkeren zodanig verwilderd waren dat ze vreemdelingen terstond wilden opeten, werd de westerse veroveringszucht gerechtvaardigd.

Er is in de prenten sprake van een ongelijke verhouding. De Zeeuwse schoolmeester en schrijver Henri Arnoldus veranderde de titel van zijn populaire boekje ‘Oki en doki bij de nikkers’ uit 1955 twintig jaar later in ‘Oki en doki bij de negers’ omdat dat minder beladen zou klinken. Op de illustratie zitten er nog steeds twee matrozenjongens beteuterd in de kookpot. Weer acht jaar later heet het boekje ‘oki en doki op een eiland’ en zijn de oorspronkelijke tekeningen door Carol Voges vervangen.  

In Museum Meermanno in Den Haag (tegenwoordig Huis van het Boek) werd in 2019 de tentoonstelling ‘Foute Boeken?’ samengesteld. Dagblad Trouw schreef er een artikel over en citeerde uit hetzelfde kinderboek: “Jammer dat de blanke mensen niet op ons eiland komen, anders…” “Anders aten we ze op!” roepen de negers, die rond de hut van het opperhoofd zitten. “Blanke mensen smaken fijn”, zegt het opperhoofd. Hij likt zijn lippen eens af.’ Gastconservator Bert Sliggers zegt in Trouw: “We willen met deze tentoonstelling geen oordeel opdringen, maar mensen aan het denken zetten. En we willen laten zien waar de omstreden ideeën uit boeken vandaan komen. Vaak hebben ze een lange geschiedenis. Ze zijn diep verankerd. Daardoor kom je er niet snel vanaf.”

Ik moest eraan denken op het moment dat ik tijdens mijn residentie in het Watersnoodmuseum - niet begrijpend - werd gevraagd: “Goh, kom jij ook uit Bonaire, maar je bent blank?”

Vorige
Vorige

Today is the day!

Volgende
Volgende

Artistiek proces over ‘Leven met water’.